nieuwsbrief

Schrijf je hier in

Hoe is de aansprakelijkheid geregeld?

24-2-2018

De vzw-wetgeving is gewijzigd sinds 1 mei 2019. Vzw’s die na deze datum worden opgericht moeten er voor zorgen dat hun statuten in  regel zijn met de nieuwe verplichtingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (‘WVV’). Bestaande vzw’s zijn vanaf 1 januari 2020 sowieso onderworpen aan bepaalde dwingende regels. Je vindt hier een overzicht van de wijzigingen en hier een overzicht van de dwingende regels die vanaf 1 januari 2020 sowieso van toepassing zijn op je vzw, ongeacht het feit of je de statuten al hebt aangepast of niet.

Onderstaande tekst is reeds aangepast aan de nieuwe wetgeving (WVV) en de voornaamste wijzigingen staan in paars aangeduid.

De bestuurdersaansprakelijkheid is een dwingende bepaling van het WVV en deze regels gelden dus al vanaf 1 januari 2020 voor elke vzw.

 

De vzw-wetgeving voorziet in een stelsel van beperkte aansprakelijkheid. Een belangrijk verschil in vergelijking met de ‘feitelijke vereniging ‘. Uiteraard is slechts sprake van beperkte aansprakelijkheid als de vzw op geldige wijze is opgericht.

Het aansprakelijkheidsstelsel omvat drie elementen: de aansprakelijkheid van de leden, die van de bestuurders (en in voorkomend geval die van de persoon of personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen) en die van de vzw zelf.

Aansprakelijkheidsrisico van de vzw

De vzw is aansprakelijk voor de fouten die kunnen worden toegerekend aan haar aangestelden of aan de organen waardoor zij handelt.
Anders gesteld, wanneer werknemers of leden van de raad van bestuur of van de algemene vergadering namens de vzw handelen, kunnen zij niet persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Enkel de vzw kan aansprakelijk worden gesteld.

Aansprakelijkheidsrisico van de leden

De leden van een vzw zijn in hun hoedanigheid van lid slechts beperkt aansprakelijk. Dat betekent dat hun persoonlijke aansprakelijkheid, en dus hun eigen vermogen, niet in het gedrang kan komen door handelingen van de vzw.

Op het principe van beperkte aansprakelijkheid van de leden zijn er uitzonderingen:
– de persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid geldt voor de personen die in naam van een vzw in wording een verbintenis zijn aangegaan als die vereniging geen rechtspersoonlijkheid verkrijgt binnen twee jaar na het ontstaan van de verbintenis of als de vzw binnen drie maanden (vroeger zes maanden) na het verkrijgen van de rechtspersoonlijkheid de verbintenis niet bekrachtigt

– een persoon die optreedt in naam van een vzw die in haar stukken de verplichte vermeldingen niet heeft vermeld, kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor alle of voor een gedeelte van de door de vzw aangegane verbintenissen.
(Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders, websites en andere stukken, al dan niet in elektronische vorm, uitgaande van een rechtspersoon moeten de volgende gegevens vermelden:
1° de naam van de rechtspersoon;
2° de rechtsvorm, voluit of afgekort;
3° de nauwkeurige aanduiding van de zetel van de rechtspersoon;
  4° het ondernemingsnummer;
  5° het woord “rechtspersonenregister” of de afkorting “RPR”, gevolgd door de vermelding van de rechtbank van de zetel van de rechtspersoon;
  6° in voorkomend geval, het e-mailadres en de website van de rechtspersoon;
  7° in voorkomend geval, het feit dat de rechtspersoon in vereffening is)

Belangrijk is dat de beperkte aansprakelijkheid van de leden van een vzw geen absoluut beginsel is op grond waarvan zij vrijgesteld zijn van alle aansprakelijkheid. Het lid van een vzw dat door zijn schuld aan een ander schade veroorzaakt, moet die schade vergoeden. (art. 1382 Burgerlijk Wetboek)

Aansprakelijkheidsrisico van bestuurders en dagelijks bestuurders

De wet bepaalt dat de bestuurders en de met het dagelijks bestuur belaste personen alleen verantwoordelijk zijn voor de vervulling van de hun opgedragen taak en voor de fouten in hun bestuur.
Verder geldt ook hier dat die beperkte aansprakelijkheidsregeling de begunstigden niet ontslaat van de beginselen inzake het gemene aansprakelijkheidsrecht.

Als de bestuurder in de uitoefening van zijn functie fouten maakt, dan kan hij daar dus persoonlijk aansprakelijk voor gesteld worden:

  • tegenover de VZW
    De vzw mag ervan uitgaan dat de bestuurder zijn engagement naar behoren vervult. Door het opnemen van zijn engagement als bestuurder is er een verbintenis ten aanzien van de vereniging. Het gaat hier dus over een contractuele aansprakelijkheid.
    (Wanneer de Algemene Vergadering kwijting geeft aan de bestuurders, betekent dit dat zij goedkeuring geeft aan het gevoerde beleid over het afgelopen jaar. Dan kan de VZW haar bestuurders in regel niet meer aansprakelijk stellen voor eventuele fouten over dat jaar.)
  • tegenover derden
    In zijn optreden als bestuurder kan hij een fout maken waardoor een derde schade lijdt. Doordat de VZW aansprakelijk is voor haar organen, kan de derde zich richten tot de VZW om een schadevergoeding te krijgen. De derde kan er echter ook voor opteren om de bestuurder aan te spreken, op basis van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek. Doordat er tussen de bestuurder en de derde geen verbintenis bestaat, gaat het hier om een extracontractuele aansprakelijkheid.
    (Een verzekering BA-bestuurders kan dergelijke vervelende toestanden vermijden: zie overzicht en toelichting verzekeringen.)
  • strafrechtelijk
    Dat is het geval wanneer de bestuurder in de uitoefening van zijn mandaat daden stelt die strafrechtelijk gesanctioneerd worden. In dat geval gaat het om een strafrechtelijke aansprakelijkheid.

Bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van de bestuurder zal de rechter een bestuurder slechts aansprakelijk kunnen stellen voor “beslissingen, daden of gedragingen die zich kennelijk buiten de marge bevinden waarbinnen normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurders, geplaatst in dezelfde omstandigheden, redelijkerwijze van mening kunnen verschillen”.

Nieuw in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen van 23 maart 2019 :

  • Bestuur is als college aansprakelijk 
maar met de mogelijkheid om zich als bestuurder te distantiëren van een bepaalde beslissing (Belang om dit uitdrukkelijk te laten opnemen in notulen).
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid
 : elke bestuurder kan voor het geheel van de schade worden aangesproken door de schuldeiser (en kan dan wel terugvorderen van elk van de andere bestuurders)
  • Belangrijk : als bestuurders worden beschouwd “personen die werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad” => niet enkel gepubliceerde bestuurders

 

Maar ook :

Beperking aansprakelijkheid tot bepaalde plafonds : zogenaamde ‘caps’ : 

  • 125 000 euro, in rechtspersonen die in de drie boekjaren voorafgaand aan de instelling van de aansprakelijkheidsvordering of over de periode sinds de oprichting indien er sindsdien minder dan drie boekjaren zijn verlopen, een gemiddelde omzet op jaarbasis van minder dan 350 000 EUR, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, hebben verwezenlijkt, en waarvan het gemiddelde balanstotaal over diezelfde periode niet hoger was dan 175 000 euro;
  • 250 000 euro, in rechtspersonen die niet onder het 1° vallen en die in de drie boekjaren voorafgaand aan de instelling van de aansprakelijkheidsvordering of over de periode sinds de oprichting indien er sindsdien minder dan drie boekjaren zijn verlopen een gemiddelde omzet op jaarbasis van minder dan 700 000 euro, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, hebben verwezenlijkt, en waarvan het gemiddelde balanstotaal over dezelfde periode niet hoger was dan 350 000 euro;
  • 1 miljoen euro, in rechtspersonen die niet onder het 1° en 2°, vallen en die in de drie boekjaren voorafgaand aan de instelling van de aansprakelijkheidsvordering of over de periode sinds de oprichting indien er sindsdien minder dan drie boekjaren zijn verlopen, niet meer dan één van de volgende criteria hebben overschreden:
      – gemiddelde omzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde op jaarbasis: 9 000 000 euro;
      – gemiddeld balanstotaal: 4 500 000 euro;
  • 3 miljoen euro, in rechtspersonen die niet onder het 1°, 2° en 3°, vallen en die in de drie boekjaren voorafgaand aan de instelling van de aansprakelijkheidsvordering of over de periode sinds de oprichting indien er sindsdien minder dan drie boekjaren zijn verlopen de grenzen vermeld in het 3°, overschreden hebben, maar geen enkele van de grenzen vermeld in het 5°, hebben bereikt of overschreden;
  • 12 miljoen euro, in organisaties van openbaar belang en in rechtspersonen die niet onder het 1°, 2°, 3° en 4°, vallen en die in de drie boekjaren voorafgaand aan de instelling van de aansprakelijkheidsvordering of over de periode sinds de oprichting indien er sindsdien minder dan drie boekjaren zijn verlopen minstens één van volgende grenzen bereikt of overschreden hebben:
      – gemiddeld balanstotaal van 43 miljoen euro;
      – gemiddelde omzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde op jaarbasis van 50 miljoen euro.

    Voor rechtspersonen die in toepassing van artikel III.85 van het Wetboek van economisch recht een vereenvoudigde boekhouding voeren, moet onder omzet worden verstaan het bedrag van de andere dan niet-recurrente ontvangsten en onder balanstotaal het grootste van de twee bedragen vermeld onder de bezittingen en de schulden.

 

 

Open Source Services Do-it-yourself Ask An Expert
Over Scwitch Contact