nieuwsbrief

Schrijf je hier in

Wel of niet btw-plichtig?

10-3-2016

Btw staat voor ‘belasting op de toegevoegde waarde’. Ze is gekoppeld aan de levering van een product of een dienst, dus niet aan de belastingplichtige.

Als je organisatie op regelmatige en zelfstandige basis economische activiteiten verricht, is ze btw-plichtig.

Concreet gaat het om het leveren van goederen of verstrekken van diensten die in het btw-wetboek worden omschreven.

Een btw-plichtige onderneming of organisatie moet:

  • zich aanmelden bij het bevoegde btw-kantoor (Categorie: kies kmo of grote onderneming; of via het algemeen zoekschema (zie onder ‘Professioneel’ – klik ‘Aangifte’ – Bevoegdheid: ‘Aangifte btw’ – Categorie: kies kmo of grote onderneming – Zoeken)
  • btw-aangiften indienen
  • de btw die zij aan haar klanten aanrekent, doorstorten aan de fiscus (met, algemeen gesteld, recht op aftrek van betaalde btw voor bepaalde goederen en diensten die op de btw-plichtige activiteiten betrekking hebben)
  • een jaarlijkse klantenlisting indienen
  • een boekhouding voeren en facturen uitreiken.

 

Er zijn echter vrijstellingen:

  • als de onderneming of organisatie een jaaromzet heeft die lager is dan 25.000 euro (‘kmo-vrijstelling‘). Ze moet die belastingvrijstelling op haar facturen vermelden
  • voor bepaalde diensten, op wettelijke basis
  • voor diensten van bepaalde beroepen en organisaties, op wettelijke basis
  • voor bepaalde diensten, op basis van interpretaties van de wetgever of de belastingadministratie
  • bij levering van diensten en goederen tussen minstens twee Europese landen.

Als je organisatie bijvoorbeeld alleen activiteiten uitoefent die vrijgesteld zijn op basis van artikel 44 (bv. bepaalde socioculturele activiteiten), moet ze geen btw aanrekenen aan haar ‘klanten’.
Als ze naast die activiteiten echter op regelmatige en zelfstandige basis economische activiteiten verricht (goederen levert of diensten verstrekt die in het btw-wetboek worden omschreven), is ze btw-plichtig, meer bepaald ‘gemengd btw-plichtig’.

 

Volgens de activiteit(en) verkrijgt een organisatie de volgende hoedanigheid van btw-belastingplichtige:

 

Belastingplichtige met recht op aftrek organisaties die beantwoorden aan de definitie van belastingplichtige omdat hun volledige activiteit onder toepassing valt van de btw-regelgeving en belastbaar is
Vrijgestelde kleine onderneming het jaarlijkse omzetcijfer bedraagt niet meer dan 25.000 euro, excl. btw (keuzestelsel)
Vrijgestelde belastingplichtige organisaties die beantwoorden aan de algemene definitie van belas­tingplichtige, maar de verrichtin­gen zijn op basis van artikel 44 btw-wet of omzendbrieven vrijgesteld van btw
Gemengd (of gedeeltelijk) belastingplichtige organisaties die zowel een belast­bare als een vrijgestelde activiteit uitoefenen.

 

Vrijstelling op basis van art. 44 btw-wetboek? 

De aard van het onderwijs of de vorming en wie de verstrekker is, bepalen of de activiteit al dan niet vrijgesteld is van btw. 

Onderwijs

(met inbegrip van het verrichten van nauw ermee samenhangende diensten en leveringen van goederen zoals het verschaffen van logies, spijzen en dranken en van voor het vrijgestelde onderwijs gebruikt didactisch materiaal) 

  • School- en universitair onderwijs
    onderwijs gegeven in de traditionele zin, met name het systematisch overbrengen van kennis aan afzonderlijke of in groep zijnde personen die deze kennis vergaren onder leiding van een leraar of meester, ongeacht de wijze waarop het onderwijs wordt verstrekt.
    Hieronder wordt verstaan: het onderwijs (lager, normaal, middelbaar, technisch, kunst-, universitair en buitengewoon onderwijs) dat bestaat in het geven van cursussen, in de regel gedurende een periode die overeenstemt met een school- of academiejaar, met inachtneming van een pedagogisch programma en de organisatie van examens met het oog op de aflevering van een geschrift (diploma, getuigschrift, brevet, attest).
    Wegens de evolutie van de onderwijsmethodes geldt die bepaling ongeacht de wijze waarop het onderwijs wordt verstrekt, voor zover het werkelijk onder leiding plaatsvindt. Zo worden niet alleen de traditionele vormen van onderwijs beoogd die bestaan in het geven van cursussen, maar ook het schriftelijk onderwijs, seminaries, studiecycli, follow-up of andere gelijkaardige diensten.
  • Beroepsopleiding en -herscholing (met als doel een vak of beroep aan te leren of verhogen van de beroepsdeskundigheid)
    De opleiding of herscholing moet niet verstrekt worden binnen een periode die overeenstemt met een school- of academiejaar. De vrijstelling geldt voor de periode, nodig om effectief een beroep aan te leren of bij te scholen. Bv.: vorming aan professionele sportmonitoren, bijscholingscursussen aan personeelsleden.

Vorming

Socioculturele vorming in vrije tijd of vorming door socioculturele organisaties aan personeelsleden van een organisatie of bedrijf, dat niet kadert in een beroepsopleiding of -scholing of om de beroepsdeskundigheid te verhogen.

Welke activiteiten (niet) onder btw?

School- en universitair onderwijs, beroepsopleiding en –herscholing

De dienst is vrijgesteld als de vorming wordt verstrekt door ‘publiekrechtelijke lichamen’ of door ‘andere organisaties die daartoe als lichamen met soortgelijke doeleinden worden aangemerkt, voor zover voornoemde lichamen niet systematisch het maken van winst beogen en eventuele winsten niet worden uitgekeerd maar worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de voornoemde diensten’.

Dat heeft tot gevolg dat ‘commerciële’ ondernemingen (sinds 1 januari 2014) de vrijstelling niet kunnen inroepen voor de opleidingen die zij verzorgen. De toepassing van de vrijstelling wordt verbonden aan het ontbreken van een winstoogmerk.

Particuliere leerkrachten die lessen geven die betrekking hebben op school- of universitair onderwijs, mogen sinds 1 januari 2014 de keuze maken of ze al dan niet btw aanrekenen.

Vorming / ander onderwijs 

Als een organisatie met rechtspersoonlijkheid vorming of onderwijs verstrekt, dan moet ze btw aanrekenen op de factuur.
Uitzonderingen: de dienstverstrekker moet geen btw aanrekenen:

  • als het een organisatie betreft, erkend en gesubsidieerd voor educatief aanbod voor volwassenen (buiten school- en universitair onderwijs) door het ministerie van Cultuur. De vorming wordt aangeboden aan een (hoogstens) bescheiden deelnameprijs als aanvulling op de subsidies om de werkingskosten te financieren. Deze organisaties vallen daardoor buiten de btw-regelgeving. (Beslissing van de administratie E.T. 81094 dd. 29.08.1994)
  • voor vorming/onderwijs, gegeven door niet erkende en niet gesubsidieerde instellingen: verenigingen of groeperingen met of zonder rechtspersoonlijkheid, zoals liefdadigheidsinstellingen, parochiale verenigingen, ouder- en jeugdverenigingen, vaderlandslievende, politieke, culturele, wetenschappelijke, filosofische, filantropische verenigingen, turnverenigingen en verenigingen voor vrijetijdsbesteding, op volgende voorwaarden:

1) het doel van de vereniging of groepering mag niet bestaan in het verdedigen of het bevorderen van de beroepsbelangen van de leden

2) de vereniging of groepering mag niet opgericht zijn speciaal met het oog op het organiseren van cursussen en onderricht

3) de organisatie van cursussen en onderricht met betrekking tot een zelfde vak of onderwerp mag niet permanent en geregeld plaatsvinden

4) de vereniging of groepering mag geen winstoogmerk hebben. De in voorkomend geval door de leden en eventueel door andere deelnemers betaalde bijdragen worden uitsluitend gebruikt voor de dekking van de kosten van de vorming

5) de vereniging of groepering mag niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben wegens andere activiteiten dan de organisatie van culturele of sportieve samenkomsten of vermakelijkheden.
(Beslissing van de administratie E.T. 81094 dd. 29.08.1994) 

  • voor opleiding als opvoeder of jeugdleider: als de opleiding wordt gegeven door een organisatie, erkend door de bevoegde overheid, of die aan dergelijke instelling is toegevoegd of ervan afhangt.
    In artikel 44, § 2, 2° van het btw-wetboek worden die diensten en levering van goederen vrijgesteld: ‘Als ze nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren, die worden verricht door publiekrechtelijke instellingen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard zijn erkend’.
    Worden hiermee bedoeld: de kinderbewaarplaatsen, de zuigelingentehuizen en de instellingen die hoofdzakelijk instaan voor het toezicht op jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding.
    (Vraag nr. 763 van de heer Leterme dd. 18.07.2001, Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11923-11924)
  • voor sportonderricht door sportorganisaties. Art. 44, § 2, 3° van het btw-wetboek voorziet in een vrijstelling:
    ‘voor de diensten die door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding worden verstrekt op voorwaarde dat:
  1. de exploitant een instelling is die geen winstoogmerk heeft
  2. de ontvangsten uit de werkzaamheid uitsluitend dienen tot dekking van de exploitatiekosten.De vrijstelling is beperkt tot de diensten die betrekking hebben op het beoefenen van de sport zelf en die door de exploitanten worden verleend aan personen die aan lichamelijke opvoeding en sport doen, met inbegrip van het ter beschikking stellen van sporttoestellen of –artikelen.
  • voor taalcursussen
    Die worden door de Administratie op een aparte wijze behandeld. De Administratie besliste de vrijstelling toe te passen voor taalonderwijs omdat het gaat om fundamenteel onderwijs van dezelfde aard als het algemeen onderwijs. Deze vrijstelling geldt ongeacht de duur van de periode waarin de cursussen worden gegeven en hun integratie in een normale cyclus. De instelling werkt met een pedagogisch programma en organiseert examens en levert een getuigschrift af.
    Sinds 1 januari 2014 is de vrijstelling beperkt tot organisaties die beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in artikel 44. De vrijstelling inzake taalonderricht blijft strikt beperkt tot dat onderricht. Wanneer een organisator naar aanleiding van de organisatie in het buitenland van taal- en sportcursussen slechts tussenkomst verleent bij door derden verleende diensten inzake vervoer, van vermaak of van één of meerdere van in artikel 18 van het Btw-wetboek bedoelde diensten en hij niet optreedt als lasthebber van die dienstverrichter, dan heeft dat tot gevolg dat de organisator onderworpen is aan de regeling inzake reisbureaus.
  • voor freelancers-natuurlijke personen die vorming/onderwijs geven in opdracht van een organisatie.
    Deze vorming wordt immers beschouwd als een activiteit in ondergeschikt verband, dus niet als een dienst.
    Opgelet: Als een freelancer-natuurlijk persoon op volledig zelfstandige basis cursussen geeft, zijn de prestaties onderworpen aan btw wanneer ze rechtstreeks door de cursisten worden betaald. Het doet er niet toe of hij gebruik maakt van de ruimtes van een organisatie (leslokalen, tennisveld, zwembad, atelier, enz.), van eigen ruimtes of zich naar zijn klanten begeeft en deze cursussen in de persoonlijke ruimtes van zijn klanten verstrekt. Hij heeft de hoedanigheid van belastingplichtige met recht op aftrek en moet alle verplichtingen naleven die dat statuut met zich meebrengt.

 

Voordrachten

Wie een voordracht geeft in opdracht, moet geen btw aanrekenen. De opdrachtgever is de instantie die op de aankondiging, op het programma als verantwoordelijke organisator staat. De voordrachtgever kan zowel een natuurlijk als rechtspersoon zijn.

Voor wie zelf de voordracht organiseert en inkomgeld vraagt, geldt de btw-vrijstelling niet, tenzij de organisatie waarvoor dat gebeurt wegens haar activiteiten vrijgesteld is van btw:

  • overeenkomstig art. 44, § 2, 9°:
    • de organisatie voorziet in volgende voorstellingen aan toeschouwers, toehoorders of bezoekers: toneelvoorstellingen, balletvoorstellingen, filmvoorstellingen, tentoonstellingen, concerten en conferenties
  • de organisatie beantwoordt aan volgende voorwaarden:
    • erkend door de overheid
    • de ontvangsten van de activiteiten worden uitsluitend gebruikt om de kosten van de organisatie te dekken.
  • overeenkomstig art. 44, § 2, 11°:
    • de organisatie streeft doeleinden na van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke zin
    • alleen leden kunnen de voordracht bijwonen
    • de organisatie heeft geen winstoogmerk
    • de voordracht is in het collectief belang van alle leden.
  • Als vrijgestelde onderwijsinstellingen voordrachten organiseren die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met het verstrekte onderwijs (openingszitting bij de aanvang van het nieuwe leerjaar, voordrachten voorbehouden aan de ouders van de leerlingen, pedagogische voordrachten, enz.), dan is ook de organisatie van voordrachten die in nauw verband staan met hun vrijgestelde werkzaamheid, vrijgesteld van btw.

 

Heb je een concrete vraag in verband met jouw organisatie? Stel ze ons.

Open Source Services Do-it-yourself Ask An Expert
Over Scwitch Contact