nieuwsbrief

Schrijf je hier in
Marjon Meijer

Ons pensioen: een investering in de toekomst

29-6-2017

Geld is de zuurstof van onze economie. En de economie bepaalt de wereld waarin we leven. Dat is zeker het geval voor het geld dat we opzijzetten voor ons pensioen.

Pensioengeld wordt immers voor langere tijd weggezet en is dus bij uitstek geschikt voor langetermijnbeleggingen. Liefst in duurzame beleggingen. Want is het niet tegenstrijdig om kapitaal opzij te zetten voor later als dat bijdraagt tot een onzekere toekomst door gezondheidsproblemen, een ontregeld klimaat of een instabiele economie?

Waarom duurzaam investeren?

Elke crisis opnieuw leren we dat pure winstmaximalisatie niet tot een stabiele en duurzame economie leidt. We weten ook dat de uitstoot van broeikasgassen het klimaat ontregelt, met overstromingen, stormen en droogtes tot gevolg, die op hun beurt humanitaire crisissen en instabiliteit veroorzaken. Het is belangrijk dat pensioenfondsen bewuste keuzes maken en beseffen welke impact ze willen bereiken voor het fonds zelf, maar ook voor de maatschappij in het algemeen.

Verschillende studies tonen aan dat duurzame investeringen puur financieël niet onderdoen qua rendement ten opzichte van de klassieke aanpak. Sectoren die schade toebrengen, zoals tabak, wapens, koolstof- en nucleaire energie, kunnen misschien in eerste instantie veel rendement opleveren, maar stellen zich wel bloot aan grote risico’s, schadeclaims en reputatieverlies. Investeringen in fossiele brandstoffen leveren straks maar weinig meer op als we erin slagen de transitie naar hernieuwbare energie op tijd te maken (het verschijnsel van de carbon bubble).

Duurzaam ondernemen heeft ook puur economische voordelen voor de bedrijven zelf. Bedrijven met een fair personeelsbeleid krijgen minder te maken met stakingen en hebben een hogere productiviteit. En wie zuiniger omspringt met energie en grondstoffen heeft minder kosten.

Hoe kan mijn pensioenfonds een verschil maken?

Elke maand storten miljoenen mensen geld in een pensioenfonds. Dat vertegenwoordigt een enorm kapitaal dat opzijgezet wordt voor toekomstige noden. Velen denken dat men het beheer van zo’n fonds maar beter overlaat aan financiële experts. Er is echter nog te weinig aandacht voor maatschappelijk verantwoord investeren (MVI), ook bij veel financiële experts.

In deze bijdrage hebben we het niet over de eerste pijler, het wettelijk pensioen, dat je van de overheid krijgt wanneer je met pensioen gaat. En ook niet over het individueel aanvullend pensioen, met een eigen spaar- of verzekeringsplan, de zogenaamde derde pijler.
Wel over de tweede pijler, de sectorale pensioenfondsen en groepsverzekeringen van werkgevers. Werkgevers kunnen hun werknemers een aanvullend pensioen aanbieden. Dat kan via een sectoraal aanvullendpensioenfonds en/of met een zogenaamde groepsverzekering bij een verzekeringsmaatschappij, waarbij maandelijks bijdragen worden gestort door de werkgever en soms ook door de werknemers. De bijdragen worden op lange termijn belegd zodat ze tegen pensioenleeftijd een zo groot mogelijk kapitaal vertegenwoordigen.

Deze tweede pijler vertegenwoordigt meer dan 80 miljard euro. Een aanzienlijk kapitaal waar de deelnemende werknemers ooit recht op hebben. Het is dan ook logisch dat zij inzage en inspraak hebben.

Wie heeft iets te zeggen binnen een pensioenfonds?

Bij een aanvullend pensioen zijn altijd 3 partijen betrokken:

  • de aangeslotene: de werknemer zelf, de begunstigde van het pensioenkapitaal
  • de inrichter die het pensioen belooft (pensioentoezegging genoemd):
    – een sectorpensioen of sectorplan, opgezet met een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). Er wordt een instelling aangeduid die de rol van inrichter op zich neemt. Die moet gezamenlijk bestuurd worden door werkgeversvertegenwoordigers en vakbonden. De Raad van Bestuur wordt samengesteld vanuit het paritair comité van de sector. Die komt geregeld samen om de portefeuille te bespreken en de strategie uit te stippelen. De werknemers hebben hier dus de mogelijkheid om betrokken te zijn en invloed uit te oefenen.
    – een ondernemingspensioen kan worden opgezet door de werkgever zelf, die een belofte aan zijn werknemers doet om voor hen een aanvullend pensioen op te bouwen. Dit maakt deel uit van de arbeidsovereenkomst. Wanneer het pensioenplan een sociaal pensioenplan is, de werknemers zelf deels bijdragen storten of de werkgever onder een sectorplan valt maar zelf een aanvullend pensioen organiseert, doet men eveneens een beroep op het paritair comité. In andere gevallen hebben de vakbonden slechts een raadgevende stem, bijvoorbeeld wanneer het reglement of de financiering van het pensioenfonds wordt gewijzigd. Dit zijn ideale gelegenheden om invloed uit te oefenen op het beleid van het pensioenfonds.
    – Een groepsverzekering kan ook door kleinere ondernemingen afgesloten worden, met bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij. In dat geval stapt men meestal in een bestaand pensioenfonds of -verzekering. Het is hier moeilijker om invloed uit te oefenen, maar het is wel belangrijk dat er voldoende transparantie is zodat men kan oordelen of het fonds overeenkomt met de verwachtingen.
    – In sommige gevallen wordt een toezichtcomité opgericht, namelijk wanneer het pensioenplan een sociaal pensioenplan is, de werkgever onder een sectorplan valt maar zelf een aanvullend pensioen organiseert of wanneer het een gemeenschappelijk pensioenplan betreft voor verschillende bedrijven. Dit toezichtcomité wordt geïnformeerd over het beleggingsbeleid, via een transparantieverslag.
  • de pensioeninstelling, die wordt aangesteld door de Raad van Bestuur om het dagelijks beheer van de portefeuille te verzorgen. De Raad van Bestuur stelt daarvoor een beheersmandaat op, ook “Statement of Investment Principles” (SIP) genoemd, dat de investeringsstrategie inhoudt. Men kan dus een beleggingsbeleid op maat opstellen. Meestal spreekt men in de SIP over financiële en risicoaspecten, maar daar kunnen ook ethische aspecten in staan.

Inzage en inspraak in het beleid

Zoals eerder vermeld is het niet altijd eenvoudig inzage te krijgen over hoe een pensioenfonds met het toevertrouwde geld omspringt. Transparantie is nochtans een ethisch basisprincipe. Als klant zou je recht moeten hebben te weten waarin je geld wordt belegd.

Meestal beleggen pensioenfondsen in drie types investeringen: aandelen van meestal grote en multinationale bedrijven, overheids- en bedrijfsobligaties, en voor een klein deel vastgoedcertificaten.
Door aandelen te kopen wordt het pensioenfonds aandeelhouder, dus voor een stuk eigenaar van die bedrijven, namens de werknemer. Pensioenfondsen zijn op die manier grote aandeelhouders en kunnen invloed uitoefenen op de strategie van die bedrijven. Ze kunnen de Algemene Vergadering bijwonen en bepaalde aandeelhoudersresoluties voorstellen of stemmen.

Als werknemer is men onrechtstreeks aandeelhouder en kan men ook de strategie van deze bedrijven en daarmee hun impact op onze samenleving mee bepalen. Als aandeelhouder kan men druk uitoefenen voor een duurzame strategie op lange termijn, die rekening houdt met ESG-criteria (Environmental, social, governance).

Eind 2016 werd de Europese resolutie IORP II goedgekeurd die pensioenfondsen verplicht om in hun beleggingsbeleid transparant te communiceren over duurzaamheid. De resolutie stelt: “Binnen de “prudent person”-regel staan de lidstaten pensioenfondsen toe om rekening te houden met het mogelijke langetermijneffect van beleggingsbeslissingen op milieu-, sociale en governancefactoren.” Ze moeten de “milieu -, sociale en governancerisico’s met betrekking tot de beleggingsportefeuille en het beheer daarvan in kaart brengen … en hierover informatie verschaffen aan bestaande en toekomstige deelnemers”.
Pensioenfondsen kunnen dus financieel rendement niet langer als excuus gebruiken om onverantwoord te beleggen. Er is een wettelijke garantie ingebouwd dat een om milieuredenen verantwoorde investeringsstrategie niet voor de rechter kan gedaagd worden, als die investering minder zou opbrengen dan een sociaal- of milieuonvriendelijke investering. Die richtlijn moet binnen twee jaar ingevoerd worden en zou op termijn van toepassing zijn op de 3300 miljard euro die in totaal momenteel op Europees niveau in pensioenfondsen zit.

De verantwoordelijkheden van de pensioeninrichter kaderen binnen het zogenaamd ‘fiduciair beheer’, wat betekent dat het bestuur de verantwoordelijkheid heeft om het kapitaal te beheren als een zorgzaam persoon. Dat houdt niet alleen in dat een zeker financieel rendement wordt behaald maar ook dat bepaalde risico’s onder controle worden gehouden. Zoals we hierboven bespraken, brengen investeringen in onethische sectoren grotere risico’s met zich mee.

Een strategie uitzetten voor een duurzaam investeringsbeleid is geen eenvoudige oefening. Mensen hebben verschillende waarden en er bestaan verschillende benaderingen om bedrijven uit te sluiten, te focussen op bepaalde thema’s of de dialoog met bedrijven aan te gaan. Het belangrijkste is echter dat de investeerder onderbouwd en transparant communiceert over de gemaakte keuzes. Institutionele beleggers als pensioenfondsen kunnen deze denkoefening intern organiseren via een gespecialiseerd departement. Ze kunnen ook gebruik maken van externe/onafhankelijke adviseurs, een Ethische Raad of een Adviescomité.

Hoe concreet aan de slag gaan?

Financiële experts zijn nog maar weinig bezig met ethisch of duurzaam beleggen. Het is een nieuwe materie die nog te weinig deel uitmaakt van financiële opleidingen. En veel klanten durven er niet naar vragen.

Socioculturele organisaties durven alles. Hoe te beginnen? Eerst en vooral kun je nagaan in hoeverre je pensioenfondsbeheerder transparant werkt. Ga na welke informatie publiekelijk of voor de leden beschikbaar is, bijvoorbeeld op een website of in periodieke communicatie naar de leden.

  • Is het mogelijk een volledige en gedetailleerde lijst van investeringen binnen het pensioenfonds te krijgen?
  • Is de investeringspolitiek beschikbaar en in hoeverre bevat die duurzaamheidsaspecten?
  • Is er een “Maatschappelijk Jaarverslag” of een “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemingsbeleid”?
  • Geeft de fondsbeheerder aan of en welke duurzaamheids strategie(en) hij hanteert? Zijn die van toepassing op de volledige portefeuille of slechts op een deel van de activaklassen?
  • Is er een duurzaamheidscreening of -selectie, en hoe vaak wordt deze geëvalueerd?
  • Is de instelling ISO-26000- of EMAS-compliant?
  • Is er een “Carbon Footprint” van het fonds, met daarbij horende doelstellingen tot vermindering?
  • Worden bepaalde internationale normen onderschreven? Werden deze gescreend door een externe organisatie?
  • Is er binnen de instelling een interne dienst of externe/onafhankelijke adviseur, Ethische Raad of Adviescomité?
  • Is er een overzicht van de stemmingen waaraan het pensioenfonds heeft deelgenomen, met rechtvaardiging voor controversiële thema’s?
  • Zijn er gedetailleerde rapporten over ‘engagement‘: op welke manier is het pensioenfonds in dialoog gegaan met de bedrijven? Wat zijn de doelstellingen en in hoeverre heeft men een verandering gemerkt in de aanpak van het bedrijf?

Als dat niet voorhanden is, kun je eisen dat ze ter beschikking worden gesteld van de leden, en zo nodig dat ze worden ontwikkeld. Het Global Reporting Initiative heeft normen ontwikkeld waaraan het maatschappelijk verslag moet voldoen.

Greenwashing versus goede voorbeelden

Almaar meer banken en verzekeringsmaatschappijen, maar ook pensioenfondsen hebben gemerkt dat er een groeiende interesse en vraag is naar duurzaam financieel beheer. Sommigen pakken graag uit met mooie praatjes en commercials. We moeten goed opletten en nagaan in hoeverre dergelijke spelers wel degelijk grondige duurzame criteria toepassen, of dat het om een marketingtruc gaat.

Het pensioenfonds van de social profit is met een traject verduurzaming gestart. Sébastien Mortier van FairFin zit in het financieel adviescomité van het fonds.
Er zijn gelukkig enkele écht goede voorbeelden waar we ons door kunnen laten inspireren.

ABP, het Nederlands pensioenfonds van de overheids- en onderwijssector heeft tegen 2020 de volgende doelstellingen:

  • Reductie van de CO2-voetafdruk van de hele aandelenportefeuille met 25%
  • Verdubbeling van de beleggingen met een hoge duurzaamheidswaarde
    • Toename van de beleggingen in hernieuwbare energie naar 5 miljard euro
    • Meer beleggingen in onderwijsvastgoed en –infrastructuur en communicatie-infrastructuur
    • Bedrijven waarin belegd wordt, publiceren een mensenrechtenbeleid en zorgen voor veilige werkomstandigheden in de hele productieketen

Het Noors pensioenfonds, het grootste pensioenfonds ter wereld, heeft in 2015 beslist om alle aandelen van bedrijven die meer dan 30% van hun omzet uit steenkoolactiviteiten halen, te verkopen. Daarnaast sluit ze een hele reeks andere controversiële sectoren ook uit.

Bij FairFin werkt Anneleen De Bonte aan een duurzaam pensioenfonds voor zelfstandige zorgverleners. Als huisarts kon zij zich niet vinden in het beleid van haar fonds, dat bijvoorbeeld geen uitsluitingsbeleid heeft voor controversiële mijnbouw of fossiele brandstoffen. Astmapatiënten verzorgen terwijl haar geld werd belegd in nieuwe steenkoolcentrales, ze wilde het niet langer. Daarom zijn we nu samen met haar onze eigen duurzaamheidscriteria aan het opstellen om mee de boer op te gaan naar fondsbeheerders. We hebben er alle vertrouwen in dat het mogelijk is, een fonds dat én de maatschappij én de individuele beleggers aan een goede toekomst helpt. Wat niet wil zeggen dat wij alle heil zoeken bij tweedepijlerpensioenfondsen; de eerste pijler blijft voor ons de basis van ons pensioenstelsel.

Dat gezegd zijnde: als dit project van Anneleen slaagt, bewijst het nog maar eens dat het dubbel en dik de moeite loont om je druk te maken om het financieel systeem, ook al heb je zelf weinig geld of kennis van economie. Uiteindelijk zijn geld en de economie er om ons ten dienste te zijn.

Reacties

Geef een reactie

Open Source Services Do-it-yourself Ask An Expert
Over Scwitch Contact