nieuwsbrief

Schrijf je hier in
Dirk Deschrijver

Naar 0%-btw-tarief voor social profit?

31-1-2017

Er zijn goede redenen om de vrijstellingen te vervangen door een 0%-tarief.

In artikel 44, §§ 3 en 4 WBTW zijn vrij ingewikkelde bepalingen opgenomen inzake zogenaamde “vrijstellingen” van de belasting over de toegevoegde waarde. In zulke gevallen dient een vereniging of stichting geen btw af te dragen aan de Belgische staat. Ze komt dan in een situatie terecht zoals deze van een consument. De voorbelasting (“input-btw”) is namelijk niet aftrekbaar.

C. Amand schreef al enige tijd geleden: “The origin of VAT exemptions is obscure. Concerning the public entities and charities, it seems that according to French tax rules existing in the early 1950’s, indirect taxes were only applicable on commercial and industrial activities. The fact that the activities of public entities and charities had little impact on the international trade has probably played an important role in the decision to maintain such exemptions when VAT has been adopted by the six founding Member States in 1967”[1].

In een eerdere blog werden hier kritische bedenkingen geuit over de btw-plicht van jeugdhuizen.

Dat de verrbruikers van de in artikel 44, §§ 3 en 4 geen btw moeten betalen is wellicht vanuit een “fairness”-oogpunt verdedigbaar. Maar de vraag is of die vrijstellingen vanuit een “efficiency”-oogpunt nog wel verdedigbaar zijn, in het bijzonder voor de betrokken verenigingen en stichtingen?

Nogmaals Amand: “Today, it is reasonable to raise the question if the cost of the VAT exemptions, for the institutions themselves, but also for the whole collectivity does not exceed the benefits that were normally expected 50 or 30 years ago: VAT forces the managers of public entities and charities, as well their tax advisers to face with complex economic decisions. Contrary to the situation applicable to normal business, VAT is not neutral on their decisions of investment, on their decision of outsourcing and cooperation with other entities. VAT reduces flexibility of such organization, it is a source of permanent legal uncertainty and, least but not least, it dramatically increases their financial needs.

Ook in Nederland wees S.A. Stevens[2] op nadelen voor de betrokken organisaties. De btw is een belangrijke belasting bij maatschappelijke ondernemingen, aangezien veel diensten die door zulke ondernemingen worden voortgebracht, vrijgesteld zijn van btw. De input-btw die in rekening wordt gebracht, is zoals gezegd niet aftrekbaar. Daardoor vormt de btw een aanzienlijke kostenpost voor zo’n onderneming, en aldus een wezenlijke belemmering voor een aantal ontwikkelingen, zoals samenwerking, uitbesteding en verzelfstandiging van activiteiten en de opzet van PPS-constructies. Het schrappen van de vrijstelling zou weliswaar – in de Nederlandse context – leiden tot een aanzienlijke verhoging van de kosten van de diensten van zorginstellingen, omdat de loonkosten veruit de belangrijkste kostenpost zijn. En de diensten van zorginstellingen zijn nu juist vrijgesteld om de kosten voor de consument te verlagen.

Volgens de auteur zou een oplossing zijn de vrijstellingen die als ratio hebben de kosten te verlagen (‘merit goederen’), te vervangen door een 0%-tarief.
Dat vereist echter een aanpassing van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 “betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde[3], en dus overeenstemming tussen de lidstaten. Artikel 99, 1 van voornoemde richtlijn stelt namelijk dat de verlaagde tarieven worden vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing dat niet lager mag zijn dan 5%.

Wat er ook van zij, in het Engelse btw-stelsel is voor een bepaald geval kennelijk wel voorzien in een 0%-tarief in de “Schedule 8 Zero rating” bij de “Value Added Tax Act 1994”, namelijk bij de “sale by a charity” van aan haar geschonken goederen. Daarop is een 0%-tarief van toepassing.

Europa: een bevrijding of een beknelling?

Dirk Deschrijver
1 januari 2017

[1]           “VAT for Public Entities and Charities – Should the Sixth Directive Be Renegiotated?”, International Vat Monitor 2006, 433; zie ook nog: C. AMAND, “European Union – Are VAT Exemptions Compatible with Primary EU Law?”, International VAT Monitor 2010, 81; O. GJEMS-ONSTAD en P. MELZ, “Thematic Report – NPOs (Charities) and VAT”, in Rotterdam Congress EATLP 2012, 76 (http://www.eatlp.org/uploads/public/Reports%20Rotterdam/ Thematic%20report%20Onstad%20%20Melz%20%28section%204%29.pdf).

[2]           Inaugurele rede uitgesproken ter gelegenheid van de openbare aanvaarding van het ambt als bijzonder hoogleraar Fiscale aspecten van maatschappelijke ondernemingen aan Tilburg University op vrijdag 25 maart 2011, 79 (https://www.tilburguniversity.edu/upload/fe6d5b37-4f42-4ff1-87cb-cc4a1c28b67e_110171_Oratie_Prof.dr.S.A.Stevens_binn.pdf).

[3]           PB. 11 december 2006.

Reacties

Geef een reactie

Open Source Services Do-it-yourself Ask An Expert
Over Scwitch Contact